De stroomsnelheid van water

Inleiding

In het stroomgebied van een grote rivier, zoals de Rijn, stroomt het water het snelst in de bovenloop. Nederland ligt in de benedenloop. Het water stroomt meestal langzaam. In de meren en plassen staat het zelfs stil. De stroming heeft invloed op de temperatuur en het zuurstofgehalte van het water en op het leven in en om het de rivier. Het water van een rivier of meer wordt aan de oppervlakte verwarmd door de zon. In stilstaand water vormt zich een warme bovenlaag. In stromend water gebeurt dit niet, omdat het water steeds in beweging is. Snelstromend water heeft vaak een hoog zuurstofgehalte. Dit wordt ook vergemakkelijkt doordat het voortdurend in beweging is en daarom veel contact heeft met de lucht. In een stromende beek zal de bodem uit grover materiaal bestaan dan de bodem van stilstaand water.

Doel

Met deze proef ga je de stroomsnelheid van het water bepalen.

schepnet

Werkwijze

Resultaten

Wat is de gemiddelde stroomsnelheid?

Conclusie en verdiepingspunten