Bepaling van de zuurgraad van water

Inleiding

De zuurgraad of pH is een eenvoudig te bepalen chemische parameter. De zuurgraad kan variƫren tussen 0 en 14. Daarbij is 0 uiterst zuur en 14 uiterst basisch. Midden in de schaal ligt pH 7: bij deze waarde is een vloeistof chemisch neutraal. Dieren en planten zijn in uiteenlopende mate gevoelig voor de zuurgraad van het water.
Regenwater heeft vanwege het erin opgeloste koolstofdioxide van nature een beetje zuur karakter (pH 4 - 6). Door luchtvervuiling kan de pH echer veel lager zijn. Oppervlakte water dat voornamelijk uit regenwater bestaat, bevat weinig mineralen en heeft in het algemeen een lage pH. Zulk water noemen we "oligotroof". Wordt het oppervlaktewater daarentegen aangevuld met grondwater, dan is het in het algemeen veel rijker aan ionen (met name calcium). De pH van dergelijke water ligt gewoonlijk tussen de 7,5 en 8,0 en is zeer stabiel door de bufferende werking van het calcium-bicarbonaat-evenwicht.
Sterke fotosynthese van algen of ondergedoken waterplanten verhoogt de pH door onttrekking van koolstofdioxide aan het water. In een algenbloei zijn zelfs pH-waarden van 11 gemeten. Door dit fotosynthese-effect kan de pH onderhevig zijn aan een uitgesproken dagnachtritme.
De pH van huishoudelijk afval ligt gewoonlijk tussen de 7,0 en 7,5. Kennis van de pH is van belang indien hoge ammoniumgehalten gemeten worden. Bij hoge pH is een aanzienlijk deel van het ammonium aanwezig in de vorm van het giftige ammoniak.

zuurgraadWerkwijze

Conclusie en verdiepingspunten