muisHandleiding bij het vak biologie

Inhoudsopgave

A   Het maken van een biologische tekening

B   Microscopie: het maken en bekijken van een preparaat

C   Het schrijven van een practicumverslag

D   Het maken van een flap

E   Een stuk tekst bestuderen

F   Een toets voorbereiden (m.b.v. mindmapping)

A   Het maken van een biologische tekening

Hieronder zie je een schematische tekening van een plantencel. Het is de bedoeling dat je op een dergelijke manier al je tekeningen inlevert. Dit betekent:


B   Microscopie: het maken en bekijken van een preparaat

Een preparaat maken


Een preparaat bekijken


C   Het schrijven van een practicumverslag


1. Titel

De titel moet bij het onderzoek passen.

2. Inleiding

In de inleiding is een stukje achtergrondinformatie te vinden. De inleiding bevat in ieder geval het doel van het practicum en de onderzoeksvraag. Verder is het van groot belang om voor het practicum je af te vragen wat de uitkomsten van het practicum kunnen zijn (= hypothese). » Meer informatie en tips.

3. Materiaal & methode

Hierin geef je weer welke materialen je nodig hebt voor het practicum. Verder schrijf je onder dit kopje in het kort op hoe je iets gaat onderzoeken. Vergeet niet een tekening van de proefopstelling. » Meer informatie en tips.

4. Resultaten

Onder dit kopje noteer je alle waarnemingen. Vaak moet je waarnemingen in een grafiek (gemaakt op de computer) zetten om een goed overzicht te krijgen. » Meer informatie en tips.

5. Conclusie

Onder dit kopje geef je antwoord op de onderzoeksvraag. Dit antwoord is gebaseerd op de resultaten van het onderzoek. » Meer informatie en tips.

6. Discussie

Was de hypothese juist (dan kun je deze bevestigen) of niet (dan kun je deze verwerpen), of weet je het nog niet zeker. Verder bespreek je opvallende waarnemingen en verklaart deze. Wanneer je door het practicum verbeterpunten, nieuwe (onderzoeks)vragen hebt bedacht, of een ander practicum bedacht hebt, kun je dit hier ook aangeven. » Meer informatie en tips.


Spaar geld via EuroClix

D   Het maken van een flap

Een flap is bedoeld om een niet te groot onderzoek kort en bondig weer te geven. Een lezer uit hetzelfde vakgebied moet in staat zijn om de flap zonder uitleg te lezen. Een flap leent zich in het bijzonder voor het presenteren van onderzoeksresultaten en bestaat uit een groot vel papier waarop in het kort (met grote letters) de belangrijkste uitkomsten van een onderzoek staan vermeld. Vaak hangen er veel flappen naast elkaar; een flap moet dus op een originele manier de aandacht trekken. Een flap bevat weinig tekst, maar in ieder geval wel de volgende onderdelen:


De inleiding moet bestaan uit een doel, het idee en zonodig een uitleg van je werkwijze. De resultaten moet je overzichtelijk presenteren, bij voorkeur in een grafiek. Let er bij de discussie op dat je aangeeft hoe je tot je conclusie bent gekomen en dat de conclusie aansluit bij je titel en je doel.


E   Een stuk tekst bestuderen

Hieronder wordt een methode aangereikt hoe je een stuk tekst kunt bestuderen en hoe je jouw eigen aantekeningen kunt maken. Als voorbeeld wordt gebruikt het onderwerp 'Voedingsmiddelen en voedingsstoffen'.


1. Overzicht krijgen

Lees de tekst een keer door en let daarbij op:

   

De titel

De kernwoorden / kernzinnen

Waar gaat het over? Weet ik hier al iets van? Herken ik het?

Moeilijke woorden

Zoek de betekenis op.

Verwijzingen in de tekst naar afbeeldingen


Zoek de afbeelding en bekijk deze.


2. Begrijpend lezen

Lees de tekst door en houd papier en pen bij de hand.

   

Noteer de kernwoorden (-zinnen) als aantekening naast elkaar op papier: bijv.

  • Voedingsmiddelen – plantaardige

  • Voedingsmiddelen – dierlijke

  • Voedingsmiddelen – voedingsstoffen

Probeer de betekenis van de kernwoorden (-zinnen) te begrijpen en vraag je af waarom deze in de tekst behandeld worden.

Vergelijk jouw kernwoorden met de begrippen die in de samenvatting genoemd worden. Bekijk hoe deze geordend zijn en vraag je af waarom op deze manier.

Vraag je af op welke manier het begrip in de tekst aan de orde komt:

Voorbeelden:

  • Wordt er een beschrijving gegeven?

  • Voedingsmiddelen zijn middelen die je eet of drinkt.

  • Wordt de functie uitgelegd?

  • Voedingsmiddelen leveren voedingsstoffen.

  • Komt het begrip als onderdeel van een proces aan de orde?

  • Nee.

  • Wordt er een vergelijking gemaakt?

  • Plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen worden vergeleken.

  • Wordt er een relatie gelegd met andere onderdelen?

  • De relatie tussen voedingsmiddelen en voedingsstoffen wordt besproken.

  • Worden er voorbeelden gegeven?

  • Alleen van dierlijke, bijv. vlees

  • Bekijk de afbeeldingen/bronnen goed


  • Vraag je af wat de afbeelding uitlegt in combinatie met de tekst.


3. Opdrachten maken

Je kunt nu het beste de opdrachten maken die in je boek staan. Antwoord zoveel mogelijk in hele zinnen.

 

De meeste opdrachten in het boek zijn bedoeld om je te helpen de tekst te bestuderen en je tot nadenken te zetten. De antwoorden zijn dan ook in de tekst terug te vinden.

 

Als je klaar bent met de opdrachten uit het boek heb je jezelf nog niet voldoende verdiept in alle onderdelen van de tekst.

4. Inzicht krijgen

Maak eigen vragen over de tekst. Zet deze als aantekening in je schrift. Geschikte vragen beginnen vaak met: Waarom ...? Hoe komt dat ...? Wat is het verschil tussen ...? Etc.

 

Voorbeelden:

  • Wat is het verschil tussen voedingsmiddelen afkomstig van dieren en afkomstig van producten van dieren?

  • Wat is het verschil tussen bouw- en brandstoffen?

  • Hoe komt het dat we niet lang zonder water kunnen?

Maak een schema met de kernwoorden. Zet deze als aantekening in je schrift.

 

F   Een toets voorbereiden

  1. Je neemt per paragraaf de kernwoorden voor je (eigen aantekeningen). Je controleert of je de betekenis uit je hoofd kent. Dit herhaal je tot dit het geval is. De meeste kernwoorden staan ook in je boek. Wanneer de kernwoorden onderdeel van een tekening zijn, probeer je deze in te de tekening te benoemen. Je kunt zelf ook een eenvoudige tekening maken. Je controleert verder of je nog weet welk verband er bestaat tussen de kernwoorden.

  2. Je neemt per paragraaf de opdrachten door je die jezelf hebt gemaakt. Je controleert of je de vragen op de juiste manier kunt beantwoorden: eerst antwoorden en dan pas in de tekst opzoeken. Waarschijnlijk zul je nu voor het eerst de tekst in het boek weer lezen. Let extra op de opdrachten waarin je (al eerder) fouten had gemaakt.

  3. Je bekijkt de aantekeningen die in de les gemaakt zijn. Vraag jezelf af wat de betekenis hiervan is.

  4. Bekijk de afbeeldingen in je boek en controleer of je begrijpt wat de bedoeling ervan is.

  5. Eventueel kun je de samenvatting in het boek (of op de methodesite) nog gebruiken om snel een overzicht te krijgen van de belangrijkste onderdelen. Denk eraan dat dit nooit voldoende is.

Binnen de biologie is het van belang dat je opgedane kennis in nieuwe situaties kan toepassen. Een mindmap kan bij het studeren helpen details van hoofdzaken te onderscheiden en informatie logisch te ordenen in het geheugen. Een mindmap is dan ook een ideaal hulpmiddel om je voor te bereiden op toepassings- en inzichtsvragen. Zie ook: Mindmapping.