HomeBiologieVeldwerk ► De kwantitatieve bepaling van de korrelgrootteverdeling van een grondmonster


De kwantitatieve bepaling van de korrelgrootteverdeling van een grondmonster

 

Waarneming

Een loofbos biedt een heel andere aanblik dan een naaldbos. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de begroeiing. In een loofbos tref je immers veel meer onderbegroeiing aan dan in een naaldbos. Het verschil is ook duidelijk te zien in de strooisellaag. Onder naaldbomen zie je immers een dik pak naalden en onder loofbomen vaak maar een dunne laag bladeren.

 

Doel

Het uitzoeken van de korrelgrootteverdeling. Hoe fijner de korrelgrootteverdeling des te groter is de adsorbtiecapaciteit. De waterdoorlaatbaarheid neemt af naarmate de deeltjes fijner worden. De korrelgrootteverdeling op verschillende dieptes zegt iets over de wijze van sedimenteren. Je zou dus een monster kunnen nemen op bijvoorbeeld drie verschillende diepten.

 

Onderzoeksvraag

Wordt de korrelgrootteverdeling bepaald door de begroeiing? Of, wordt de begroeiing bepaald door de korrelgrootteverdeling?

zevensetMateriaal

  • Zevenset

  • Vijzel

  • Zachte kwast

  • Weegschaal

  • Ongeveer 20 gram droge grond waarvan de humus is verbrand

 

Methode

  • Controleer met de vijzel of al het materiaal inderdaad fijn is.

  • Controleer of de volgorde van de zeven klopt. Grofste boven en de fijnste onder.

  • Doe de grond in de bovenste zeef en schud voorzichtig.

  • Ga met de kwast over elke zeef heen zodat het fijnere materiaal er door heen gaat.

  • Schud elke zeef afzonderlijk leeg op een velletje papier en weeg dit dan.

  • Tel alle fracties bij elkaar op. Bepaal daarna de relatieve verdeling.