HomeBiologieWateronderzoek ► Zuurstofgehalte bepalen in water

 

Zuurstofgehalte bepalen in water

 

Inleiding

Voor heterotrofe organismen is zuurstof een onmisbare stof. Veel waterdieren zijn afhankelijk van de zuurstof die in het water opgelost is. Het zuurstofgehalte van het water is afhankelijk van biologische processen in het water en in de bodem, alsmede van diffusie vanuit de atmosfeer. Zuurstofproductie treedt op door fotosynthetiserende organismen (algen en waterplanten) in het lichte deel van het etmaal. Zuurstofconsumptie treedt op ten gevolge van de afbraak (dissimilatie) van organische stof door micro-organismen, planten en dieren. Dit zuurstofverbruik is in sterke mate van de temperatuur afhankelijk. Aangezien het in het donker gewoon doorgaat, zien we dat het zuurstofgehalte in de loop van de nacht daalt, om met zonsopgang een minimale waarde te bereiken. Door de zuurstofproductie en -consumptie vertoont het zuurstofgehalte een dagnachtritme.

zuurstofuitwisseling

Diffusie vanuit de atmosfeer vindt plaats als het water onderverzadigd is. De hoeveelheid zuurstof die in water kan zijn opgelost, is afhankelijk van te temperatuur (zie grafiek). Onder de grafieklijn is er sprake van onderverzadiging (<100%) en boven de lijn van oververzadiging (>100%). Wordt de verzadigingswaarde overschreden, dan diffundeert er zuurstof vanuit de lucht in het water. Dat proces verloopt echter langzaam, opdat het vaak voorkomt dat het water van vervuilde sloten - met name in de vroege ochtend - in sterke mate onderverzadigd is. Oververzadiging komt ook vaak voor, met name in water met veel groene planten op zonnige dagen.

zuurstofverzadiging

 

Werkwijze

  • Neem een monster van het te onderzoeken water. Meet tegelijkertijd te temperatuur (om het zuurstofgehalte te kunnen omrekenen naar percentage verzadiging).

  • Bepaal met hulp van de aantoonset het zuurstofgehalte.

Conclusie en verdiepingspunten

  • Bij een laag zuurstofgehalte (0-3 mg/l) kunnen veel vissen en andere waterdieren niet meer leven. De norm voor het zuurstofgehalte in oppervlaktewater is > 5 mg/l; De kwaliteitsnorm voor viswater is een zuurstofgehalte > 7 mg/l. Voldoet het water aan de norm voor het zuurstofgehalte?

  • Is het water onderverzadigd, verzadigd of oververzadigd? Geef hiervoor een mogelijke verklaring.

  • Op welk deel van de dag kun je het beste een watermonster nemen om te onderzoeken of het zuurstofgehalte volstaat voor de waterorganismen?

  • Waarom is het van groot belang om snel na het monsteren het zuurstofgehalte in het water te bepalen?

  • Leg uit dat overzadiging vaak voorkomt op een zonnige dag met name in water met veel groene planten.

  • Noem minimaal drie factoren die van invloed zijn op het dagnachtritme van het zuurstofgehalte. Geef ook een toelichting.