HomeBiologiePractica ► Plantenhormonen

 

Plantenhormonen


PRACTICUM 1 | De invloed van IAA op de wortelontwikkeling bij tuinkers (Lepidium sativum)

 

tuinkersMateriaal

  • tuinkerszaden

  • een IAA-oplossing van 10-3 M

  • petrischalen

  • filtreerpapier

 

Methode

  • Maak van de IAA-oplossing de volgende verdunningsreeks: 10-5 M, 10-7 M, 10-9 M en 10-11 M.

  • Laat circa 80 tuinkerszaden 24 uur kiemen bij 20-25 ºC op vochtig filtreerpapier in gesloten petrischalen.

  • Voorzie zes petrischalen van filtreerpapier en pipetteer in elk drie ml van de bereide oplossingen, in de zesde breng je 3 ml water.

  • Noteer de gebruikte IAA-concentraties met een stift op het deksel en op de rand van de petrischaalbodem.

  • Selecteer 60 kiemplanten met wortels van ongeveer gelijke lengte.

  • Schik ze per tien in elke schaal op gelijke afstand van elkaar.

  • Plaats ze gedurende zeven dag in het licht.

 

Verwerking van het resultaat

  • Meet de lengte van de wortels, bereken het gemiddelde per petrischaal.

  • Zet de waarden in een semi-logaritmisch diagram met op de x-as de logaritme van de IAA-concentratie en op de y-as de gemiddelde lengte van de wortels.

  • Bepaal het kwantitatieve verband tussen de toegediende IAA-concentraties en de wortelgroei.

PRACTICUM 2 | De invloed van gibberelline op stengel- en bladlengte bij de erwt (Pisum sativum)

 

doperwtenMateriaal

  • gewone erwtenvariëteit en een dwergvariëteit (deze zijn in tuincentra te verkrijgen en ze worden ongeveer 35 cm hoog)

 

Methode

  • Laat de twee variëteiten gedurende tien dagen kiemen op vochtig filtreerpapier in een gesloten petrischaal.

  • Vergelijk de grootte van de planten; meet de stengellengte vanaf het eerste internodium tot en met het tweede internodium; meet de lengte van de bladeren.

  • Bespuit de dwergvariëteit met gibberelline 10-3 M.

  • Zet ook een of meer controle-experimenten in.

 

Verwerking van het resultaat

  • Ga na zeven dagen de invoed na van gibberelline op de stengel- en bladlengte van de dwergvariëteit in vergelijking met de gewone variëteit.

PRACTICUM 3 | Bevorderende en remmende werking van ethyleen

 

groene tomatenMateriaal

  • enkele rijpe appels

  • twee petrischalen met kiemende erwten

  • enkele groene, onrijpe tomaten

  • vier afsluitbare plastic dozen/glazen potten

  • filtreerpapier

 

Methode

  • Leg in twee plastic dozen (op filtreerpapier) kiemende erwten; leg in één van die dozen een rijpe appel.

  • Leg in twee plastic dozen onrijpe tomaten; leg in één van die dozen ook een rijpe appel.

 

Verwerking van het resultaat

  • Vergelijk na een paar dagen en na een week de kieming van de erwten in de plastic dozen.

  • Vergelijk ook de kleur van de tomaten in de twee dozen.

  • Trek conclusies.

PRACTICUM 4 | Kiemingsremmende stoffen in de zaadwand en in vruchtvlees

 

Bij verschillende planten bevatten de zaadwand of de vrucht kiemingsremmende stoffen. Op die manier wordt verhinderd dat zaden in de herfst al gaan ontkiemen. Dit onderzoek kan met veel verschillende soorten zaden uitgevoerd worden, of met verschillende types vruchtensap. Hygeïnisch werken is zeer belangrijk; bij de proef met vruchtensap treedt gemakkelijk schimmelvorming op.

 

appelpittenMateriaal

  • appelpitten

  • tomatenzaden of tuinkerszaden

  • vers tomatensap of sap van andere vruchten

  • petrischalen

  • filtreerpapier

 

Methode

  • Leg op vochtig filtreerpapier in een petrischaal vijf appelzaden en vijf appelzaden waarvan de bruine vruchtwand is verwijderd. Sluit de petrischaal.

  • Leg op vochtig filtreerpapier in een petrischaal tien tomatenzaden (of tien tuinkerszaden).

  • Leg op met tomatensap bevochtigd filtreerpapier in een petrischaal tien tomatenzaden (of tien tuinkerszaden).

 

Verwerking van het resultaat

  • Vergelijk na een paar dagen de kieming van de erwten in de petrischalen.

  • Trek conclusies.

 

Links