HomeBiologiePractica ► Gedrag bij pissebedden

 

Gedrag bij pissebedden

pissebed


Inleiding

Pissebedden leven van afgevallen bladeren en dood hout en is daardoor belangrijk voor de afbraak van organisch materiaal. Je kunt pissebedden buiten vinden, onder stenen of onder oude stukken hout. Als je het voorwerp waar ze onder zitten optilt (= prikkel), kruipen de pissebedden meteen ergens anders onder (= respons). Je kunt verschillende prikkels bedenken die het wegkruipen van pissebedden veroorzaken.

In dit practicum ga je het gedrag van pissebedden in relatie tot milieuomstandigheden onderzoeken aan de hand van een drietal experimenten. Neem voor elk experiment nieuwe pissebedden. Je voert het practicum met zijn tweeën uit (en mag per tweetal een verslag inleveren).

Voordat je met de experimenten aan de slag gaat, heb je per tweetal een concept inleiding en werkplan geschreven. Denk alvast na over taakverdeling en hoe je de resultaten gaat verwerken tot een grafiek. Verwerk na de experimenten de resultaten en reflectievragen uit tot een practicumverslag.

 

Waaraan dankt een pissebed zijn naam?

Pissebedden zijn kreeftachtigen. En ook al leven ze al lang op land, ze ademen nog altijd met kieuwen, die op hun buik zitten. Daarom kunnen ze niet overleven in een droge omgeving. Je vindt ze dan ook vaak in kelders, onder stenen en in afvalhopen.
En hun naam? Die danken ze aan hun (vermeende) geneeskrachtige werking. Gemalen en gedroogd in bed gestrooid zouden ze bedplassen voorkomen, vers geconsumeerd zouden ze juist helpen met plassen. Eet smakelijk!
Bron: PUUR NATUUR van Natuurmonumenten

 

Reflectievragen

  1. Leg uit waarom je ieder experiment moet testen met nieuwe pissebedden.

  2. Leg bij elk experiment uit wat de overlevingswaarde is van het gedrag.

  3. Geef bij elk experiment aan wat de uitwendige prikkels zijn.

  4. Geef bij elk experiment aan wat de inwendige factoren zijn.

  5. Noem de gedragselementen bij de experimenten 1 tot en met drie.

  6. Leg uit of je ervan uit kan gaan dat de beste leefomgeving voor de pissebedden te maken is door de beste uitkomsten uit de drie experimenten te combineren.

  7. Maak een werkplan voor ander experiment waarbij je van een andere variabele onderzoekt of pissebedden een bepaalde voorkeur hebben.

 

Experiment 1 | Pissebedden en temperatuur

 

Onderzoeksvraag
Hebben pissebedden voorkeur voor een warme of voor een koude omgeving?


onderzoek pissebed

Materiaal

  • 3 petrischalen

  • filtreerpapier

  • heet water en ijsblokjes

  • 10 pissebedden

  • stopwatch of alternatief met secondeaanduiding

  • (eventueel) penseel (pissebedden zijn kwetsbaar)

 

Methode

  • Bedek de bodem van een petrischaal met filtreerpapier. Trek met een potlood een lijn die het papier in twee helften verdeelt. Maak het filtreerpapier vochtig, maar niet te nat.

  • Maak een proefopstelling zoals hierboven is weergegeven.

  • Zet de tien pissebedden in de bovenste schaal en laat ze vijf minuten aan hun omgeving wennen.

  • Verdeel de taken. De een bekijkt en telt de pissebedden, de ander geeft de tijd aan en noteert te waarnemingen.

  • Noteer om de dertig seconden hoeveel pissebedden zich op het warme gedeelte en hoeveel pissebedden zich op het koude gedeelte bevinden. Doe dit gedurende 10 minuten.

  • Noteer je resultaten op een overzichtelijke manier.

Experiment 2 | Pissebedden en vocht

Ontwerp een proef om de invloed van vocht op het gedrag van pissebedden te onderzoeken en voer deze uit.

 

Experiment 3 | Pissebedden en licht

Ontwerp een proef om de invloed van licht op het gedrag van pissebedden te onderzoeken en voer deze uit.

 

Voor experimenten 2 en 3 kun je onder andere gebruik maken van het materiaal van experiment 1. Doe verder je voordeel met onderstaande afbeeldingen.

experiment pissebed practicum pissebed

 

Link