HomeBiologiePractica ► Gedrag bij krekels

 

Gedrag bij krekels


Inleiding

Je gaat een practicum doen met krekeltjes die we tjirpers noemen. Als deze beestjes zich in een omgeving bevinden waar ze zich op hun gemak voelen dan maken ze geluid; ze sjirpen. Je onderzoekt het gedrag in relatie tot milieuomstandigheden. Je voert het experiment met zijn tweeën uit. Je mag het verslag ook met zijn tweeën maken.

 

Opdracht 1

Je kunt de vrouwelijke en mannelijke tjirpers makkelijk uit elkaar houden. Het vrouwtje heeft op haar achterlijf een legboor waarmee ze eitjes legt in muurspleten en kieren. Bij mannetjes ontbreekt deze legboor.
Maak twee schetsen. Een van het achterlijf van een volwassen mannetje en een van het achterlijf van een volwassen vrouwtje.

Opdracht 2

Je gaat onderzoek doen onder welke omstandigheden een tjirper het meest actief is. Je kijkt bij het onderzoek alleen naar gedragingen die iets met voortbewegen te maken hebben: rusten, springen, lopen en klimmen. Gedurende 10 minuten noteer je elke 10 seconden welke van de vier gedragingen de tjirper vertoont. De proef wordt 2x uitgevoerd.
De eerste keer met een tjirper die onder een warme lamp staat. De tweede keer een tsjirper die enige tijd op een koele plaats heeft gestaan. Als je start met je experiment schud je even zachtjes met je bakje. Maak twee tabellen (zie voorbeeld hieronder) waar je de resultaten kan invullen door te turven.

 

Gedrag

Aantal

Totaal aantal in 10 minuten

Rusten

   

Springen

   

Lopen

   

Klimmen

   


INFOGRAPHIC Eetbare insecten: Zijn insecten het voedsel van de toekomst?

Eetbare insecten op het menu

Meer dan een kwart van de wereldbevolking eet insecten: 2 MILJARD.
De populariteit van het westerse dieet doet de insectenconsumptie in ontwikkelingslanden dalen.

Tendensen tot 2050 voorspellen een gestage toename van de bevolking tot 9 miljard mensen, waardoor een verhoogde levensmiddel / diervoeder output van beschikbare agro-ecosystemen leidt tot een nog grotere druk op het milieu. Schaarste aan landbouwgrond, water, bossen en visgebieden, evenals voedingsstoffen en niet-hernieuwbare energie worden voorzien.
Eetbare insecten bevatten hoogwaardige eiwitten en vitaminen voor de mens. Insecten zetten voedsel efficiënt om. Trouwens, ze stoten ook minder broeikasgassen en ammoniak dan conventionele vee. Insecten kunnen worden gekweekt op organisch afval. Daarom zijn insecten een potentiële bron voor conventionele productie (mini-vee) van eiwitten, zowel voor rechtstreekse menselijke consumptie, hetzij indirect in samengestelde voedingsmiddelen (met gewonnen eiwit van insecten).

Reflectievragen

  1. Maak een ethogram waarin je de gedragselementen omschrijft.

  2. Maak een grafische verwerking van beide experimenten in een of twee diagrammen.

  3. Bekijk de biologische tekentegels. Maak de tekeningen af. Voeg de tekening toe in je inleiding.

  4. Geef drie mogelijkheden waardoor de uitkomsten van dit praktisch onderzoek meer betrouwbaar worden.

  5. Leg uit met een voorbeeld wat (in dit experiment) een uitwendige prikkel is.

  6. Zoek uit op internet wat het effect is van de temperatuur op de werking van enzymen. Leg een verband tussen deze theorie en jouw resultaten. Denk aan bronvermelding.

  7. Waarschijnlijk vertoont de tjirper die onder de lamp heeft gestaan ander gedrag dan de tjirper uit de koelkast. Een leerling wil onderzoeken of het gedrag onder de lamp wordt veroorzaakt door het licht dat de lamp uitstraalt of dat het komt door de warmte die de lamp uitstraalt. Maak een werkplan van hoe zij dit experiment zou kunnen uitvoeren. Het moet met eenvoudig materiaal uit te voeren zijn.

  8. Insecten zijn veel meer afhankelijk van de temperatuur/zon dan zoogdieren (zie figuur 2). Zoek uit waar dit verschil door wordt veroorzaakt door onderstaande figuur te vergelijken met de temperatuurhuishouding van een zoogdier.

lieveheersbeestje

 

Figuur 2
Schema van een lieveheersbeestje met de processen die de warmtehuishouding beïnvloeden. De rode sterren geven locaties aan waar warmte geproduceerd wordt door absorptie van straling. Tussen het lichaam en de dekschilden bevindt zich een holle ruimte waarin de vliegvleugels in rust worden opgevouwen. Dit werkt als een isolerende laag die de warmte die dieper in het lichaam geproduceerd wordt, vasthoudt. Uiteindelijk ontstaat er een evenwicht, waarbij er een bepaalde buitentemperatuur is, een bepaalde temperatuur aan de oppervlakte van de dekschilden, en een bepaalde temperatuur in het lichaam.

 

Maak van deze practicum een verslag. Op tijd inleveren levert punten op. Veel succes!

 

Krekel vs sprinkhaan

Een krekel is meestal bruin of zwart maar niet groen en hoort bij de familie van de langsprieten. De sprieten zijn langer dan zijn lichaam. Een krekel heeft op zijn achterlijf twee sprietjes. Een sprinkhaan niet. De sprinkhaan is meestal groen van kleur en hoort bij de familie van de kortsprieten. Dat zijn de belangrijkste verschillen!

Wat maakt ze zo bijzonder?
De krekel en de sprinkhaan hebben beide twee hele sterke achterpoten. De sprinkhaan kan hier ontzettend ver mee springen. Krekels springen juist heel weinig. Ook hebben ze twee leerachtige vleugels die bovenop zitten en daaronder zitten twee doorzichtige vleugels verstopt waarmee ze kunnen vliegen. Vooral het geluid dat ze maken is heel bijzonder.

Geluid van een krekel
Geluid van een sprinkhaan
Bron: Museon.nl

Bronvermelding afbeeldingen en infographic

- Figuur 1: Animaatjes.nl
- Figuur 2: B. Hartman Kok
- Food and Agriculture Organisation United Nations
- Deutsche Welle
- NATIONAL GEOGRAPHIC Nederland-België - september 2014
- Wageningen UR