HomeBiologiePractica ► Groei en ontwikkeling bij bonen

 

Groei en ontwikkeling bij bonen

 

Inleiding

Tijdens dit practicum ga je de (gedeeltelijke) levenscyclus van een boon bekijken en onderzoeken. Je bekijkt eerst een (voorgeweekt) zaad. Vervolgens ga je in een groepje een aantal bonen laten ontkiemen. Hierbij neemt de boon water op en barst de zaadhuid open. Het worteltje komt naar buiten en vervolgens het stengeltje. Zodra de plant boven de grond is spreken we van een kiemplant en kan er fotosynthese plaatsvinden. De kiemplant groeit dan uit tot een volwassen plant. De plant gaat dan bloeien en in de bloemen ontwikkelen zich zaden (bonen).

Groei: het groter en zwaarder worden van een organisme.
Ontwikkeling: Het opteden van veranderingen in de bouw van een organisme.

onderdelen van de bruine boonEen (voorgeweekt) zaad

Je onderzoekt hoe een kiemplantje precies in een boon zit.

Wat ga je doen?

  • Bekijk de buitenkant van de (voorgeweekte) boon. Gebruik een loep.

  • Maak een natuurgetrouwe tekening van het buitenaanzicht van de boon. Benoem de volgende delen: zaadhuid - navel - poortje - hartvormig bultje. Dit is tekening 1 van je 'bonenverslag'.

  • Haal de zaadhuid voorzichtig van de boon.

  • Haal de zaadlobben voorzichtig van elkaar af. Bij één zaadlob zie je de kiem zitten.

  • Maak een natuurgetrouwe tekening van de zaadlob met kiem. Benoem de volgende delen: zaadlob - blaadjes - stengeltje - worteltje - kiem. Dit is tekening 2 van je 'bonenverslag'.

 

kiemplant boonBonenpracticum

  1. Je doet dit practicum in groepjes van drie leerlingen. Bedenk eerst als groepje een onderzoeksvraag; welke vraag wordt beantwoord door het uitvoeren van dit onderzoek? De onderzoeksvraag moet te maken met de groei van de wortel en/of stengel vlak na de ontkieming.

  2. Laat drie bonen groeien in een glazen potje met papier en watten. Zorg ervoor dat je de groei van de wortel en de stengel goed kan volgen. Zorg ervoor dat de watten vochtig zijn. Maak de watten niet te nat want dan gaat de boon schimmelen.

  3. Meet enkele keren per week de lengte van de wortels en de lengte van de stengels. De resultaten noteer je in een tabel. Hieronder zie je een voorbeeld van een tabel. Voor het verslag verwerk je de resultaten tot een grafiek. In de grafiek zet je op de X-as de tijd en op de y-as de lengte in cm.
    Tip: maak af en toe een foto van de bonenplant(en) voor in je verslag.

  4. Maak een natuurgetrouwe tekening van de bonenplant met wortels, stengel en bladeren. Dit is tekening 3 van je 'bonenverslag'.

Voorbeeld van een tabel

 

Dag boon 1 boon 2 boon 3
Lengte (hoofd)wortel (cm) Lengte stengel (cm) Lengte (hoofd)wortel (cm) Lengte stengel (cm) Lengte (hoofd)wortel (cm) Lengte stengel (cm)
1            
2            
3            
Etc.            

 

Verwerking

  • Werk het bonenpracticum met de computer uit tot een practicumverslag. De drie gemaakte natuurgetrouwe tekeningen komen als bijlage bij je verslag.

  • Bekijk stappenplan maken grafiek in Excel of snel aan de slag: grafieken maken van gegevens in een werkblad als je hulp nodig hebt bij het maken van de grafieken.