HomeBiologiePractica ► Aantonen van voedingsstoffen

 

Aantonen van voedingsstoffen (in voedingsmiddelen)

 

drinkontbijtInleiding

Ineke heeft zich laten verleiden door een reclame voor een drinkontbijt. Dit had ze beter niet kunnen doen. Na het eten van het drinkontbijt vertoont Ineke over haar gehele lichaam uitslag. De volgende dag is de uitslag niet minder geworden. Ineke besluit naar de huisarts te gaan. De huisarts denkt dat zij allergisch is voor een voedingsstof in het drinkontbijt. Met een indicator kun je de aanwezigheid van een bepaalde voedingsstof in het drinkontbijt aantonen.

 

Doelen

  1. Vaststellen met welke indicator je een bepaalde voedingsstof kan aantonen.

  2. Met behulp van indicatoren van een aantal voedingsmiddelen onderzoeken of ze bepaalde voedingsstoffen bevatten.

  3. Het opdoen van onderzoeksvaardigheden.

AANTONEN VAN VOEDINGSSTOFFEN


Materiaal

  • Indicatoren: Sudan III-oplossing, Fehlingsreagens A en B, joodoplossing, 2,5 M NaOH-oplossing en 1% CuSO4-oplossing (kopersulfaat) en DCPIP-oplossing.

  • Voedingsstoffen: oplossingen van eiwit, glucose, vitamine C, zetmeel en vet.

  • Vijf reageerbuizen, reageerbuisrek, viltstift en waterbad.

 

Methode

  • Nummer vijf reageerbuizen met een viltstift. Vul de reageerbuizen met 1 ml van de vijf opgeloste voedingsstoffen. Voeg vervolgens aan elke reageerbuis vijf druppels joodoplossing toe. Noteer de kleuromslag. Treedt er geen kleuromslag op, zet dan een streepje.

  • Doe hetzelfde met het Fehlingsreagens. Voeg 3 druppels Fehlings A en vervolgens 6 druppels Fehlings B toe. Verwarm het mengsel 3 minuten in een waterbad (95 oC). Noteer de kleuromslag. Maak hierbij onderscheid in kleur voor en na het verwarmen.

  • Doe hetzelfde met de Sudan III-oplossing. Voeg enkele druppels Sudan III-oplossing toe. Schud de buizen. Voeg daarna 3 ml water toe. Schud de buizen weer en kijk waar de indicator zich ophoopt.

  • Vul vijf buizen met 0,5 ml DCPIP. Voeg de voedingsstoffen toe en noteer de (eventuele) kleuromslagen.

  • Voer de biureetreactie uit: voeg aan de voedingsstoffen 10 druppels NaOH en vervolgens 3 druppels CuSO4-oplossing toe. Noteer de reacties.

 

Resultaten

Verwerk de verkregen onderzoeksresultaten overzichtelijk in een tabel. Geef ook in de tabel aan welk reagens een indicator is voor een bepaalde voedingsstof.

 

VOEDINGSSTOFFEN IN VOEDINGSMIDDELEN


Materiaal

  • Indicatoren: Fehlingsreagens A en B, joodoplossing, 2,5 M NaOH-oplossing en 1% CuSO4-oplossing (kopersulfaat) en DCPIP-oplossing.

  • Diverse voedingsmiddelen

  • Vier reageerbuizen, reageerbuisrek, viltstift, waterbad, gedestilleerd water, mesje, mortier en stamper.

 

Methode

  • Onderzoek een aantal voedingsmiddelen (minimaal drie) op de aanwezigheid van glucose, zetmeel, eiwit en vitamine C.

  • Maak van het voedingsmiddel (indien nodig) een oplossing. Neem daartoe een klein beetje van het voedingsmiddel en wrijf dat met wat gedestilleerd water in een mortier zo fijn mogelijk. Breng alles in een reageerbuis en laat het een paar minuten bezinken. Verdeel de vloeistof over vier reageerbuizen en voer de verschillende indicatorreacties uit. Gebruik de tabel van de vorige proef.

 

Resultaten

Noteer je bevindingen in een tabel, opdat duidelijk wordt welke voedingsstof(fen) het onderzochte voedingsmiddel bevat.

Reflectievragen

  1. Leg uit waarom het belangrijk is om de reageerbuizen goed schoon te maken voordat je met een nieuwe proef begint.

  2. Leg uit aan welke eisen een goede indicator moet voldoen.

  3. Kon je voor elke voedingsstof een indicator vaststellen? Zo niet, hoe komt dat dan?

  4. Vergelijk de gevonden voedingstoffen in voedingsmiddelen met de gegevens in je Binas. Komen je resultaten overeen met deze gegevens? Bedenk een verklaring als dat niet zo is.

 

Let op!

Het werken met indicatoren (vooral DCPIP) vraagt om extra voorzichtigheid. Werp afval met indicatoren dan ook niet in de gootsteen, maar in de afvalcontainer. Natuurlijk was je je handen na afloop grondig!