Een stuk tekst bestuderen

Hieronder wordt een methode aangereikt hoe je een stuk tekst kunt bestuderen en hoe je jouw eigen aantekeningen kunt maken. Als voorbeeld wordt gebruikt het onderwerp 'Voedingsmiddelen en voedingsstoffen'.

1. Overzicht krijgen

Lees de tekst een keer door en let daarbij op:

   

De titel

De kernwoorden / kernzinnen

Waar gaat het over? Weet ik hier al iets van? Herken ik het?

Moeilijke woorden

Zoek de betekenis op.

Verwijzingen in de tekst naar afbeeldingen

Zoek de afbeelding en bekijk deze.

2. Begrijpend lezen

Lees de tekst door en houd papier en pen bij de hand.

   

Noteer de kernwoorden (-zinnen) als aantekening naast elkaar op papier: bijv.

  • Voedingsmiddelen – plantaardige
  • Voedingsmiddelen – dierlijke

<li>Voedingsmiddelen – voedingsstoffen

Probeer de betekenis van de kernwoorden (-zinnen) te begrijpen en vraag je af waarom deze in de tekst behandeld worden.

Vergelijk jouw kernwoorden met de begrippen die in de samenvatting genoemd worden. Bekijk hoe deze geordend zijn en vraag je af waarom op deze manier.

Vraag je af op welke manier het begrip in de tekst aan de orde komt:

Voorbeelden:

  • Wordt er een beschrijving gegeven?
  • Voedingsmiddelen zijn middelen die je eet of drinkt.
  • Wordt de functie uitgelegd?
  • Voedingsmiddelen leveren voedingsstoffen.
  • Komt het begrip als onderdeel van een proces aan de orde?
  • Nee.

  • Wordt er een vergelijking gemaakt?
  • Plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen worden vergeleken.
  • Wordt er een relatie gelegd met andere onderdelen?

  • De relatie tussen voedingsmiddelen en voedingsstoffen wordt besproken.
  • Worden er voorbeelden gegeven?
  • Alleen van dierlijke, bijv. vlees
  • Bekijk de afbeeldingen/bronnen goed
  • Vraag je af wat de afbeelding uitlegt in combinatie met de tekst.

3. Opdrachten maken

Je kunt nu het beste de opdrachten maken die in je boek staan. Antwoord zoveel mogelijk in hele zinnen.

 

De meeste opdrachten in het boek zijn bedoeld om je te helpen de tekst te bestuderen en je tot nadenken te zetten. De antwoorden zijn dan ook in de tekst terug te vinden.

 

Als je klaar bent met de opdrachten uit het boek heb je jezelf nog niet voldoende verdiept in alle onderdelen van de tekst.

4. Inzicht krijgen

Maak eigen vragen over de tekst. Zet deze als aantekening in je schrift. Geschikte vragen beginnen vaak met: Waarom ...? Hoe komt dat ...? Wat is het verschil tussen ...? Etc.

 

Voorbeelden:

  • Wat is het verschil tussen voedingsmiddelen afkomstig van dieren en afkomstig van producten van dieren?
  • Wat is het verschil tussen bouw- en brandstoffen?
  • Hoe komt het dat we niet lang zonder water kunnen?

Maak een schema met de kernwoorden. Zet deze als aantekening in je schrift.