Rekenen aan de bruto- en nettoproductie bij planten

 

Temperatuur
(°C)
CO2-opname in het licht
= nettoproductie = F - D
CO2-afgifte in het donker
= dissimilatie (verbranding)
Fotosynthese
= brutoproductie = N + D
5 0,6 0,1 0,7
10 0,8 0,4 1,2
15 1,3 0,8 2,1
20 2,0 1,4 3,4
25 2,5 2,4 4,9
30 2,2 3,7 5,9
35 1,5 3,1 4,6

  1. Bij alle temperaturen is er fotosynthese.

  2. Bij alle temperaturen is er CO2-afgifte in het donker en is er dus sprake van dissimilatie.

  3. De brutoproductie is de totale hoeveelheid glucose die een plant per tijdseenheid m.b.v. de fotosynthese maakt. Dit is de nettoproductie + wat gebruikt wordt voor de dissimilatie = 0,8 + 0,4 = 1,2 mmol.

  4. Bij 30 °C is de brutoproductie het grootst.

  5. Bij 25 °C is de nettoproductie het grootst.

  6. Bij alle temperaturen is de nettoproductie groter dan 0 en geeft de plant zuurstof af aan de omgeving.

  7. Bij verlichtingssterkte R staat de plant 0,50 mmol O2/uur af aan de omgeving. De totale O2-productie is dan 0,75 mmol/uur, want de plant verbruikt zelf 0,25 mmol/uur. Voor elke 6 mmol O2 kan er één mmol glucose gevormd worden. Bij verlichtingssterkte R maakt de plant dus 0,75 / 6 = 0,13 mmol glucose per uur.


Opdracht