Recombinant-DNA-techniek in de praktijk

recombinant DNA techniek

  1. Zie afbeelding.

  2. Een organisme waar DNA van een andere soort 'ingeplakt' is, wordt een transgeen organisme genoemd.

  3. DNA (als drager voor erfelijke informatie) is voor alle organismen op dezelfde manier opgebouwd. DNA van een koe kan dus zonder problemen ingebouwd worden in een plasmide.

  4. Alle cellen van de koe zijn ontstaan uit de zygote (= bevruchte eicel). Alle cellen van een koe bevatten dan ook dezelfde erfelijke informatie (en dus het gen voor insuline). Derhalve kun je dus een 'willekeurige' cel van de koe nemen voor recombinant-DNA-techniek.

  5. Voordelen: bacteriën kunnen nu geneesmiddelen, hormonen, ... maken, grotere voedselproductie, minder betrijdingsmiddelen nodig, etc.
    Nadelen: gevolgen (op langere termijn) van inbouwen van soortvreemde genen, gevolgen van transgene organismen voor biodiversiteit, binnen voedselketens, etc.
    Zie voor meer voor- en nadelen: Wiki Genetische technologie.

  6. Bij klonen ontstaan een identieke erfelijke kopie van het organisme; ingebrachte erfelijke informatie door recombinant-DNA-techniek blijft behouden (in alle nakomelingen).

  7. Wetenschappers gebruiken graag bacteriën voor recombinant-DNA-techniek omdat: bacteriën klein zijn, zich snel reproduceren, relatief eenvoudig opgebouwd is, ...

  8. Een knipenzym 'knipt' pas na een bepaalde basencombinatie het DNA door om te voorkomen dat een gen doorgeknipt wordt, het DNA op heel veel plekken doorgeknipt wordt en er ontstaan hierdoor 'sticky ends' (kleverige uiteinden) waardoor het inbouwen van een soortvreemd gen mogelijk wordt.

  9. Door het losweken ontstaan 'sticky ends' waardoor het inbouwen van een soortvreemd gen mogelijk wordt.

  10. Door het kleur bekennen (labelen) van een bacterie weet je precies bij welke bacteriën het inbouwen van een soortvreemd gen goed verlopen is. Het labelen maakt dan ook mogelijk dat je alleen met deze bacteriën verder gaat.


Opdracht