Domeintoets | Materie

  1. In de jaren dertig van de vorige eeuw.

  2. De eis dat de natuurlijke vezel moet net zo lang meegaan als de kunststofvezel.

  3. De volgende producten werden uit hennep gehaald: methanol (brandstof) en bioplastic (een natuurlijke vezel).

  4. Argumenten op over te stappen op productie van vezels uit planten: andere beoordeling / weging van milieuaspecten, meer aandacht voor duurzame ontwikkeling, de productiemethoden zijn minder milieubelastend, etc.

  5. Een stukje bekleding neerleggen op een onbrandbare ondergrond (of een ondergrond die snel is te blussen). Een brandende sigaret op de bekleding neerleggen. De tijdwaarneming starten. Indien de bekleding vlam vat, de vlam snel weer doven. De tijd noteren tot het moment van vlam vatten. Benodigde materialen: stukje bekleding, een brandende sigaret, blusmiddel, een stopwatch (of iets dergelijks). Benodigde hulpmiddelen en meetinstrumenten: blusmiddel en een stopwatch.

  6. Een neutrale CO2-balans betekent dat er bij verbranding van plantaardige vezels niet meer CO2 vrijkomt dan er bij de vorming/opbouw nodig is geweest.

  7. Voordelen: toenemen van het verbouwen van zulke gewassen en een vergroting van de inkomsten van de verbouwer. Nadelen: aanvoerkosten van bemesting en onttrekking van gronden voor voedingsgewassen.

  8. Voordelen: meer aandacht voor onderzoek van plantaardige materialen en een stimulans voor de grootschalige productie van bioplastics. Nadelen: minder vraag naar kunststofvezels en investering in nieuwe technologie.

  9. P(ercentiel)5 en P95 geven de grenzen aan in de doelgroep. Een maat, gewicht of kracht van P5 wil zeggen dat 95 procent van de doelgroep (bijvoorbeeld mensen) hierboven zit; P95 is de grens, waar 95 procent van de doelgroep onder zit.

  10. Bij veel in massaproductie gefabriceerde apparaten en gebruiksvoorwerpen zou dit te kostbaar worden. Ondernemers zoeken een evenwicht tussen zo laag mogelijke kosten en een zo groot mogelijke afzet. Ze zijn tevreden wanneer hun product geschikt is voor 90% van hun doelgroep.

  11. Dit geldt voor ouderen, gehandicapten, kleine en lange mensen. Via actiegroepen en druk op bedrijven proberen ze die zover te krijgen dat nieuwe producten ook voor hen bruikbaar zijn.

  12. Meer vrije tijd die vaak buiten wordt doorgebracht. Het schoonheidsideaal van een mooie bruine huid. Kennis over de schadelijkheid van UV-straling.

  13. Het proces met economisch rendabel zijn (winst maken). Winst maken is alleen mogelijk als er een markt is voor de producten. Het proces mag geen al te grote belasting voor het milieu vormen. Het proces moet veilig zijn voor de werknemers en de directe omgeving.

  14. Automatisering leidt vaak tot een vergroting van de productie. Verder zijn ook bij geautomatiseerde processen nog steeds arbeidskrachten nodig. Voor het maken van automatiseringsinstallaties en het onderhoud ervan zijn ook arbeiders nodig.

  15. Not in my backyard betekent niet in mijn achtertuin. Vaak vindt ment dat zo’n fabriek er wel moet zijn, omdat er nuttige producten gemaakt worden, of omdat het goed is voor de werkgelegenheid. Men wil echter geen last van de nadelen hebben. Ofwel, men wil de fabriek dan niet heel dicht bij de eigen woonomgeving hebben.

  16. Financiële belangen. Maar ook maatschappelijke of politieke overwegingen spelen vaak een rol. Het kan zijn dat het publiek graag ziet dat er veel onderzoek naar ziekte X wordt gedaan. Politieke partijen zullen dan, om kiezers te behouden, het onderzoek naar ziekte X prioriteit geven.


Toets