Domeintoets: Zonnestelsel en helaal

  1. De meisjes moeten uitzicht hebben in alle richtingen en de waarneemplaats mag niet te sterk verlicht zijn.

  2. Eerst het Noorden bepalen m.b.v. Grote Beer (steelpannetje) → Poolster. 90° rechts hiervan is het Oosten.

  3. Als het op 7 januari eerste kwartier dan is het over ¾ * 29,5 = 22 dagen nieuwe maan. Ofwel op 29 januari is het voor het eerst weer nieuwe maan.

  4. Marieke zit de sterrenhemel van oost naar west bewegen.

  5. Met poolshoogte nemen, kun je de breedtegraad op het noordelijk halfrond bepalen.

  6. Parallax is het verschijnsel, dat als jij zelf van plaats verandert, andere dingen die stilstaan zich toch ten opzichte van elkaar lijken te bewegen.

  7. Bij het heliocentrische model, want daarbij beweegt de aardse waarnemer.

  8. Aarde → zonnestelsel → sterrenstelsel (Melkwegstelsel) → sterrencluster → supercluster → heelal.

  9. Naar het westen.

  10. Quito ligt vrijwel op de evenaar. Daar is de afstand tussen de lengtegraden het grootst. In Quito zou de snelheid 1,5 keer zo groot moeten zijn als in Parijs.

  11. Venus is een binnenplaneet, beweegt bij de zon en is vanaf het nachtgedeelte van de aarde niet te waar te nemen.

  12. Mercurius beweegt nog korter bij de zon dan Venus en gaat nog eerder na de zon onder. Van Mercurius komt weinig licht.

  13. Door afkoeling en verdere condensatie rondom een ster kunnen uit zwaardere materialen (resten van supernova-explosies) planeten ontstaan.

  14. Door de aanwezigheid van een dikke atmosfeer met veel broeikasgassen ontstaat op Venus een sterk broeikaseffect. Mercurius heeft vrijwel geen atmosfeer.

  15. Het islamitische jaar duurt 354 dagen (12 “maanden” van gemiddeld 29,5 dagen), het zonnejaar duurt 365 dagen. Ten opzichte van het zonnejaar schuift het Islamitisch jaar zo’n elf dagen op. Dit geldt dus ook voor de ramadan.

  16. De paraboolachtige baan van de zon ligt in de winter een stuk lager.

  17. Zomerwende: gaande naar 21 juni ligt de top van de zonnebaan steeds hoger. Stel vast wanneer deze top het hoogst ligt.

  18. Deze mensen wonen op dezelfde lengtegraad.

  19. De maan is dusdanig klein dat hij te geringe gravitatiekracht / zwaartekracht heeft om een atmosfeer te kunnen vasthouden.

  20. Doordat de maan geen atmosfeer heeft, kan ruimtepuin niet verbranden in de atmosfeer, maar slaat ruimtepuin met grote krachten in op het maanoppervlak → maankraters.


Toets