Klimaatverandering

 

  1. Distikstofoxiden en cfk's’s zijn geen natuurlijke stoffen (geproduceerd door mensen).

  2. Gevolgen van het versterkte broeikaseffect voor natuur en mens: bedreiging volksgezondheid (bijv. tropische ziektes kunnen voorkomen in gebieden waar dat nu niet het geval is), voedseltekort (door verdroging kunnen oogsten mislukken), bedreiging natuur ( door o.a. uitsterven van soorten en verwoestijning) en stijging zeewaterspiegel (waardoor stukken kust verdwijnen, planten krijgen last van verzilting en koraal verdwijnt.

  3. Nederland is een rijk land en kan dus de maatregelen betalen (als aanleggen van dijken) om de gevolgen van het versterkte broeikaseffect op te vangen. Een land als Bangladesh kan zich dit niet veroorloven.

  4. Cfk's dragen zowel bij aan het versterkt broeikaseffect als bij het afbreken van (de) ozon(laag).

  5. Door het gat in de ozonlaag kan de schadelijke UV-straling gemakkelijker het aardoppervlak bereiken. Een bruine huid is tegenwoordig in de mode. Mensen komen dus meer in aanraking met UV-straling. Als gevolg daarvan neemt het aantal huidkankerpatiënten toe.

  6. Door het gat in de ozonlaag kan de schadelijke UV-straling gemakkelijker het aardoppervlak bereiken. UV-straling tast het DNA aan van organismen. Eencelligen (in de zuidelijke wateren) waarbij het DNA aangetast is en er geen herstel mogelijk is, leggen het loodje. Deze eencelligen dienen als voedselbron voor andere organismen. Ofwel als er minder eencelligen komen, heeft dit gevolgen voor de gehele voedselketen.

  7. In juli is het winter op de zuidpool; de zon schijnt dan niet (komt niet boven de horizon). Er is dan geen UV-straling. Cfk's die tot boven de ozonlaag zijn doorgedrongen worden dus niet in chlooratomen gesplitst (en worden er dus geen ozonmoleculen afgebroken).

  8. In de lenteperiode zijn de omstandigheden perfect om ozon(moleculen) af te breken. Dan is er wel zonlicht (UV-straling om cfk's te splitsen om zo chlooratomen te krijgen welke ozon afbreken) en zijn de temperaturen nog laag genoeg (om stikstofverbinden te laten condenseren aan de ijskristallen; deze kunnen dan niet binden met de chlooratomen).


Opdracht