HomeBiologieTheorie ► Dissimilatie van glucose

 

Dissimilatie van glucose

 

1   Anaëroob (gisting)

  • Alcoholische gisting: C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 C2H6O + 2 CO2 + 2 ATP

  • Melkzuurgisting: C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 C3H6O3 + 2 ATP

 

Anaërobe dissimilatie van glucose

 

2   Aëroob (verbranding)

C6H12O6 + 6 O2 + 6 H2O + 38 ADP + 38 Pi → 6 CO2 + 12 H2O + 38 ATP (brutoreactie)

 

De aërobe dissimilatie van glucose bestaat uit drie stappen:

  1. Glycolyse (in cytoplasma)

    De afbraak van één C6 molecuul in twee C3 moleculen. Er ontstaat ATP en NADH2

 

  1. Citroenzuurcyclus (in mitochondriën)

    Decarboxylering vindt plaats. Er ontstaat NADH2, FADH2 en GTP. Er ontstaan CO2-moleculen.

 

  1. Oxidatieve fosforylering (ook wel ademhalingsketen)

    De energierijke elektronen van NADH2, FADH2 en GTP worden via verschillende electronenacceptoren doorgegeven. De energie die hierbij vrijkomt, wordt vastgelegd in ATP.

 

Eén glucosemolecuul bevat 2830 kJ aan energie. Hiervan komt 2/3 vrij in de vorm van warmte en 1/3 wordt vastgelegd in 38 ATP moleculen.

 

Aërobe dissimilatie van glucose

 

Het vastleggen van energie

 

  1. Vorming van ATP

    De energie die vrijkomt bij de dissimilatie wordt vastgelegd in ATP (fosforylering).

    ADP + Pi + E → ATP

    De energie kan weer vrijkomen door de afsplitsing van de derde fosfaatgroep. Deze energie wordt gebruikt voor allerlei levensprocessen, bijvoorbeeld: assimilatie, beweging, actief transport, etc.

ADPATPCycle

  1. Energierijke elektronen die vrijkomen, worden gebonden aan NAD (NADP bij de fotosynthese of FAD)

    2e- + NAD+ + H+ → NADH

    We noemen NAD een elektronenacceptor of waterstofacceptor. NAD noemen we geoxideerd, NADH noemen we gereduceerd.

Links