HomeBiologieTheorie ► Afweer & immuniteit

 

Afweer & immuniteit

Aspecifieke afweer

Werkzaam tegen vele verschillende ziekteverwekkers.

  • Huid en slijmvliezen

  • Maagsap

  • Koorts

  • Macrofagen d.m.v. fagocytose

Phagocytosis ZP

Specifieke afweer

  • Werkzaam tegen één type antigeen

  • Tegen een antigeen wordt antistof geproduceerd. Het antigeen- en antistofmolecuul vormen een complex. Hierdoor wordt de ziekteverwekker onschadelijk gemaakt.

 

 

Immuniteit | Historie

  • Historisch (Romeinen) betekent immuniteit gevrijwaard zijn, bijvoorbeeld van strafrechtelijke vervolging.

  • Later betekende immuniteit ook: gevrijwaard zijn van ziekten, zoals de builenpest.

 

Immuniteit | Het niet meer vatbaar zijn voor een ziekte(verwekker)

Het immuunsysteem is een netwerk van moleculen, cellen en organen verspreid door het lichaam om het te beschermen tegen (lichaams)vreemde componenten. Een belangrijke eigenschap van de afweer is het kunnen onderscheiden van eigen en niet-eigen. Elke lichaamscel bevat markers, opdat ze herkend worden als lichaamseigen. Een van de meest buitengewone kenmerken van het immuunsysteem is het vermogen om vele miljoenen lichaamsvreemde componenten te onderscheiden en als reactie hierop antistof te produceren. Elke substantie waartegen immuniteit opgebouwd wordt, heet antigeen.

Een antigeen kan een ziekteverwekker zijn, maar ook cellen, weefsels en organen van een ander individu werken als antigenen: daarom worden getransplanteerde weefsels afgestoten als lichaamsvreemd.

De immuniteit tegenover ziekteverwekkers kan worden ingedeeld in aangeboren en verworven immuniteit:

 

Aangeboren

Verworven

Primair contact met lichaamsvreemde componenten

Effectief t.o.v. een beperkt aantal antigenen

Onmiddellijke reactie

Matig effectief t.o.v. veel verschillende antigenen

Langzame reactie

Herhaald contact met lichaamsvreemde componenten

Effectief t.o.v. een beperkt aantal antigenen

Onmiddellijke reactie

Zeer effectief t.o.v. veel verschillende antigenen

Snelle reactie

 

Geen geheugen(cellen)

Wel geheugen(cellen)

 

Actieve immuniteit wordt opgebouwd door het eigen immuunsysteem. Dit kost tijd, maar hierdoor wordt geheugen opgebouwd. Dit in tegenstelling tot passieve immuniteit. Zowel bij actieve als bij passieve immuniteit kan onderscheid worden gemaakt in natuurlijk en kunstmatig. Samengevat:

Actief

  • Lichaam maakt zelf antistoffen

  • Langzame reactie

  • Vorming geheugencellen


  • Natuurlijk (infectie)

  • Kunstmatig (vaccin)

Passief

  • Lichaam krijgt antistoffen

  • Snelle reactie

  • Geen geheugencellen


  • Natuurlijk (baby)

  • Kunstmatig (serum)

Groepsimmuniteit

 

De ontdekking van de Engelse arts Edward Jenner (1978) dat besmetting met (de voor de mens niet dodelijke) koepokken bescherming kon bieden tegen latere infecties met (meestal dodelijke) menspokken was het begin van de vaccinatie (vaccinus = van de koe afkomstig): met vaccinatie wordt een milde besmetting met ziekteverwekkers nagebootst. Het resultaat is een immunologisch geheugen.

 

Groepsimmuniteit

Door een bepaalde groep te vaccineren worden uiteindelijk ook niet-ingeënte personen beschermd, omdat de kans vrijwel nihil is dat zij de ziekteverwekker tegenkomen.

 

PowerPoint Afweer & immuniteit

afweer, immuniteit, antigeen, antistof, geheugencel, actief, passief, aangeboren, vaccin, serum, groepsimmuniteit, bijbelgordel, enge bacteriën, resistentie, antibiotica

 

 

Opdracht

 

  1. In het slijmvliesweefsel van de luchtwegen komen relatief veel macrofagen voor. Geef hiervoor en verklaring.

  2. Macrofagen (witte bloedcellen) kunnen zich zelfstandig en vrij door het lichaam bewegen en vernietigen indringers. Hoe weten ze dat er indringers zijn en hoe reageren ze daarop?

  3. Soms worden we ziek van een ziekteverwekker, maar andere keren niet. Geef hiervoor een verklaring.

  4. De immuniteit die ontstaat door het toedienen van een serum is slechts van korte duur. Geef hiervoor een verklaring.

 

Kinderen worden tegen de bof, mazelen en rodehond gevaccineerd als ze 14 maanden zijn en als ze 9 jaar zijn. Dit combinatievaccin BMR, beschermt met één prik tegen bof, mazelen en rodehond. Het combinatievaccin BMR levert levenslange immuniteit op.

  1. Waarom levert een griepprik geen levenslange immuniteit tegen influenza-besmetting op?

  1. Welke van de onderstaande voorbeelden kan gezien worden als een vorm van niet-specifieke afweer?

    1. Een gave huid vormt normaal gesproken een ondoordringbare barriëre voor bacteriën en virussen.

    2. Afscheidingsproducten van bijvoorbeeld de zweetklieren geven de huid een zure pH waardoor bacteriën geen kans krijgen om te groeien.

    3. Tranen, speeksel en slijmvliezen bevatten lysosoom, een enzym dat de celwand van bacteriën afbreekt.

    4. Bacteriën en andere deeltjes worden door de slijmvliezen opgevangen en verwijderd.

    5. Elk van de genoemde voorbeelden behoort bij de niet-specifieke afweer.

 

  1. Een vaccin bevat

    1. Antigenen van lymfocyten

    2. Een hormoon dat immuniteit opwekt

    3. Witte bloedcellen die tegen infectie strijden

    4. Antistoffen die binnendringende micro-organismen herkennen

    5. Geïnactiveerde of dode ziekteverwekkers

 

  1. Je bent immuun voor een bepaalde ziekte doordat

    1. bepaalde witte bloedcellen snel de juiste antistof kunnen maken

    2. antigenen zo zijn veranderd dat binnendringers niet langer je weefselcellen kunnen binnendringen

    3. antistoffen tegen de ziekteverwekker constant in het bloed door je lichaam circuleren

    4. je niet-specifieke afweer is versterkt

    5. macrofagen gestimuleerd worden om snel binnendringers op te eten

In een experiment wordt bij iemand antigeen P ingespoten (tijdstip I). In het lichaam wordt korte tijd later antistof p gevormd. Vier weken na tijdstip I wordt dezelfde persoon met een mengsel van antigeen P en antigeen Q ingespoten (tijdstip II). Het verloop van de concentratie van de antistoffen p en q in het lichaam van deze persoon is in de afbeelding hieronder schematisch weergegeven.

concentratie antigenen

  1. Leg uit waardoor na de tweede immunisatie, in een kortere tijd, een hogere concentratie antistof p in het bloed van de proefpersoon aanwezig is, dan na de eerste immunisatie.

 

Pekingeend met steranijs. Dit oeroude Chinese recept is wel een heel bijzondere combinatie. De eend staat, samen met het varken, aan de basis van elke nieuwe epidemie van griep (influenza). En uit steranijs wordt oseltamivir gemaakt, de werkzame stof in Tamiflu, die verhindert dat het griepvirus een geïnfecteerde cel verlaat. Virusremmers zoals Tamiflu kunnen een wereldwijde griepgolf niet voorkomen, maar vertragen wel de snelheid waarmee de virussen verspreid worden en verminderen bovendien de ernst van de symptomen. Grootschalig gebruik van virusremmers kan echter het ontstaan van resistentie versnellen.

  1. Leg uit hoe door overmatig gebruik van Tamiflu resistentie tegen Tamiflu onder de vogelgriepvirussen bevorderd wordt.

 

In het blad BioNieuws stond het volgende artikel:

BioNieuws

Bij een pasgeborene wordt het slijmvlies van het spijsverteringskanaal vooral beschermd door antistoffen uit moedermelk.

  1. Hoe wordt deze via de moedermelk verkregen immuniteit genoemd?

    1. Kunstmatige actieve immuniteit

    2. Kunstmatige passieve immuniteit

    3. Natuurlijke actieve immuniteit

    4. Natuurlijke passieve immuniteit

 

Antwoorden