Recherchewerk | Practicum vingerafdrukken

Een gemaskerde man steekt met een mes een winkelier neer en graait in de kassa. Een voorbijganger ziet hem in de auto verdwijnen. Hoe spoor je hem op en hoe bewijs je dat hij het gedaan heeft? De recherche gaat op zoek naar getuigen. Technische rechercheurs speuren naar aanwijzingen of sporen op de plaats van het misdrijf. Ze gebruiken technieken waarmee ze informatie kunnen aflezen van de voorwerpen die zijn verzameld. Het sporenonderzoek gebeurt in een laboratorium en helpt rechercheurs de dader te vinden. En ook om diens schuld te bewijzen. Dat bewijs moet betrouwbaar zijn en de rechercheurs kunnen overtuigen.

Sporenonderzoek

vingerafdruk

Op de plaats van het misdrijf stellen de rechercheurs de gegevens veilig: de situatie wordt opgemeten en gefotografeerd. Ze zoeken naar afdrukken van schoenen en vingers. Ze bekijken voorwerpen: een wapen, gereedschap, een kledingstuk, etc. Ook stoffen als bloed, sperma, speeksel en kots hebben uiteraard hun interesse. Al die sporen vormen de stille getuigen en gaan voor onderzoek naar het laboratorium. De resultaten worden vermeld in een verslag.

Getuigen

De recherche praat ook met de familie en bekenden van het slachtoffer. Zo kunnen ze soms achter het motief van de dader komen. Gesprekken met de buurtbewoners leveren misschien een (oog)getuige op. Toch moet de recherche voorzichtig zijn: getuigenverklaringen zijn niet altijd betrouwbaar. Tijdsverloop, alcoholgebruik en spanning kunnen het geheugen van de ondervraagde beïnvloeden. De dader, zelf ook getuige, heeft er geen belang bij de waarheid te vertellen. Wel kan hij worden opgespoord als het rechercheteam voldoende gegevens heeft voor een signalement.


Een goed rechtssysteem vereist een betrouwbaar bewijs.

Het sporenonderzoek en de getuigen moeten de rechter kunnen overtuigen.

Practicum: vingerafdrukken

vingerafdrukVorm een groep van 5-7 leerlingen. Je hebt nodig een objectglaasje, talkpoeder, een stempelkussen, een stuk wit en een stuk zwart papier, lijm en een vergrootglas. Werk als volgt. Ieder legt zijn glaasje op tafel. Rol de vingertop van je rechterwijsvinger losjes en zonder te schuiven over het glas. Rol niet terug, want dan krijg je een onduidelijke afdruk. Doe iets talkpoeder op het glaasje, verdeel het over de afdruk en verwijder het overtollige poeder door te blazen. Neem een stempelkussen voor het inkten. Leg een paar stukjes wit papier op tafel. Maak met inkt afdrukken van je rechterwijsvinger. Doe dat tot je een goede afdruk hebt. Nu je weet hoe je een goede afdruk maakt, maak je er nog één voor in het centrale archief. Zet onder deze afdruk je naam. Vergelijk hierna je eigen poederafdruk met je inktafdruk. Leg daarbij het glaasje op zwart papier. Gebruik eventueel een vergrootglas. Wat is kenmerkend voor jouw vingerafdruk? Elk groepje krijgt nu een willekeurig glaasje met een poederafdruk van een andere groep. Deze onbekende vingerafdruk kan met behulp van het archief worden geïdentificeerd. Wie is volgens jullie de dader? En hoe zeker zijn jullie hiervan? Check je verdenkingen met de verdachte.

Het vingerhuidpatroon is persoonsgebonden en blijft levenslang hetzelfde. Betere technieken hebben van vingerafdrukken een belangrijk opsporingsmiddel gemaakt. Tegenwoordig wordt ook dankbaar gebruik gemaakt van DNA.

Links